Cookies op websites van de Mooivakman.nl

Deze website gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de website zo goed mogelijk te laten functioneren. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.

Daarnaast maken we gebruik van tracking cookies om website pagina’s te kunnen delen en op jouw voorkeuren af te stemmen. Geef hieronder jouw toestemming. Je instellingen kun je altijd weer wijzigen op de pagina over cookies.

Lees meer over onze cookies
Stel een vraag
Meerkeuze

Precisielandbouw deel 1

ERVARINGEN OOGSTEN IN DE PROEFTUIN PRECISIELANDBOUW
wo 17 jul 2019

ERVARINGEN OOGSTEN IN DE PROEFTUIN PRECISIELANDBOUW

De Nationale Proeftuin Precisielandbouw (NPPL) is begin 2018 met zes boeren van start gegaan om de precisielandbouw een impuls te geven. Inmiddels zijn zestien agrarische ondernemers met hulp van deskundigen van de Wageningen Universiteit stappen aan het maken met slimme technieken op hun bedrijven.

Het was de toenmalige staatssecretaris van landbouw Martijn van Dam die begin 2017 aankondigde € 2 miljoen uit te trekken voor de vierjarige proeftuin. Ook het agrarische bedrijfsleven betaalt mee. De belangrijkste doelen van de proeftuin zijn opbrengsten verhogen, kosten verlagen, milieubelasting verminderen en voedselkwaliteit verbeteren.

Koploper blijven op agrarisch gebied

Volgens Van Dam is zo’n proeftuin nodig om de Nederlandse landbouw op een hoog niveau te houden. “Nederland is op agrarisch gebied koploper in de wereld. Als we die positie willen behouden, moeten we investeren in precisielandbouw.” Ook de huidige minister van landbouw Carola Schouten is aanhanger. In haar landbouwvisie (september 2018) staat dat precisielandbouw boeren helpt om met behulp van sensoren, drones en robots op maat te bemesten en met minder chemie ziekten en plagen te voorkomen. Precisietechnieken maken de landbouw volgens de minister duurzamer. En het is ook nog eens goed voor de portemonnee van de boer, stelt de minister.

Zestien rolmodellen

De zestien NPPL-boeren wonen verspreid over Nederland. Voor hun selectie was het belangrijk dat ze een duidelijke toekomststrategie hadden met een rol voor precisielandbouw. De ondernemers zijn geen ‘precisievoorlopers’, maar ze zitten wel in het voorste gedeelte van het peloton. De telers weten wat ze willen, hebben voorzichtig de eerste stappen gezet, maar lopen vast op digitale systemen die elkaar niet verstaan, of hebben moeite om tussen verschillende precisietechnieken te kiezen. Het is het doel van de Nationale Proeftuin Precisielandbouw om deze zestien ondernemers een voorbeeld te laten zijn voor alle vollegrondstelers, melkveehouders, bollentelers en vollegrondstuinbouwers die vooruit willen komen. Het ministerie van landbouw, dat het project mede financiert, wil dat collega-telers leren van de ervaringen die de deelnemers opdoen.

Precisielandbouw is geen plug-and-play

Er zijn al veel precisietechnieken, maar boeren die ermee aan de slag willen, merken dat het meestal geen kwestie is van plug-and-play. Het is best ingewikkeld om technieken goed werkend te krijgen. Bovendien zijn veel ondernemers niet overtuigd van het verdienmodel van precisielandbouw. De kernvraag is of de kosten niet hoger zijn dan de baten. De proeftuin NPPL moet duidelijk maken of en in welke mate telers, met steun van de experts uit Wageningen, deze uitdagingen succesvol kunnen oppakken. Het project laat zien wat goed gaat bij de deelnemers, maar ook wat niet lukt. Uit beide zijn lessen te trekken. Het is vorig jaar bijvoorbeeld niet gelukt om op een perceel net gezaaide suikerbieten bodemherbicide variabel toe te dienen. Op het moment suprême bleek dat de monitor van de nieuwe spuitmachine de voor dit doel gemaakte taakkaart niet kon lezen. De hapering in het systeem kun je ook zien als illustratie van een probleem waar boeren vaker tegenaan lopen: precisielandbouw is soms minder rijp voor de praktijk dan hen wordt voorgespiegeld. Het niet ingeladen krijgen van de speciaal aangepaste – en vooraf geteste – taakkaart is vanuit NPPL-oogpunt best een waardevolle uitkomst. Toeleveranciers, akkerbouwers en ook beleidsmakers kunnen er hun voordeel mee doen.

Spin in het web

Corné Kempenaar, onderzoeker aan Wageningen University & Research, is spin in het web bij de proeftuin precisielandbouw. Hij is optimistisch over de bijdrage van precisielandbouw aan meer productie met minder input. “Technisch is het geen probleem om op de vierkante meter de juiste teeltmaatregel te treffen, maar in de boerenpraktijk is het best ingewikkeld. Dat is nou precies waarom het NPPL-project is opgezet: slimme innovaties uittesten en daar van leren. Ook de leveranciers van die nieuwe technieken doen kennis op.”

Toegevoegde waarde

Kempenaar is het niet eens met de stelling dat Nederlandse telers al op zo’n hoge productie zitten, dat precisielandbouw daar amper iets aan kan toevoegen. Zeker als je ook de kosten meerekent. Kempenaar: “Kijk naar aardappelen. De potentiële opbrengst is 90 ton per hectare. We halen nu gemiddeld 55 ton per hectare, dat is 40% minder dan dat wat haalbaar is. Stel dat de helft het gevolg is van zaken die je niet kunt beïnvloeden, zoals het weer. Dan blijft er altijd nog een gat van 15 tot 20 ton per hectare over wat via precisielandbouw is te dichten. Dat lijkt mij toch zeker de moeite waard.”

Elk jaar meer sectoren

De proeftuin is een project van vier jaar waarbij elk jaar nieuwe deelnemers aan de slag gaan met verschillende precisietoepassingen. Op dit moment zijn dat ondernemers uit de akkerbouw, melkveehouderij, bollenteelt en vollegrondstuinbouw. Projectleider Corné Kempenaar van Wageningen UR spreekt over een verbreding van de proeftuin. “Doel is om precisielandbouw in alle agrarische sectoren te laten landen. Elk jaar komen er dan ook sectoren en nieuwe deelnemers bij. Dit jaar gaan ze onder meer aan de slag met vier nieuwe technieken:

  1. Precisiebemesting op grasland.
    Om efficiënt te kunnen bemesten, moet je precies weten wat er in de bodem zit. Je moet ook de gehalten in de mesttank exact kennen, bijvoorbeeld het stikstofgehalte. Dat kan prima met sensoren. Het gaat erom de data uit verschillende bronnen met elkaar te combineren en volgens de machines aan te sturen.

  2. Bescherming van weidevogels.
    Met behulp van technische hulpmiddelen zoals drones en warmtecamera’s worden nesten precies in kaart gebracht. Bij de bewerking van het grasland kan vervolgens met die locaties rekening worden gehouden. Zo’n toepassing van precisielandbouw heeft een positief effect op het imago van de agrarische sector.

  3. Onkruid plaatsspecifiek bestrijden
    Bollentelers gaan dit jaar aan de slag met het variabel doseren van chemische middelen. Het gaat erom de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen precies af te stemmen op de behoefte. De verwachting is dat met sensortechnieken 25% bespaard kan worden op de hoeveelheid middelen, misschien nog wel meer. Dat levert de bollenteler een forse kostenbesparing op en ook het milieu is erbij gebaat.

  4. Advies beregening op maat.
    Precisielandbouw heeft zeker niet alleen betrekking op akkerbouw. Ook boeren met grasland kunnen hiervan gebruikmaken. Bijvoorbeeld door de beregening van hun percelen te baseren op data over bodem en verdamping. NPPL-deelnemers gaan dit jaar ervaring opdoen met deze vorm van precisielandbouw: beregening op maat. Er zijn veel data beschikbaar, bijvoorbeeld van weerstations en bodemsensoren. Doel is dat de teler beter kan beslissen wanneer en op welke percelen hij bij droogte beregening toepast.

Meer weten over de activiteiten van de NPPL? Benieuwd naar de ervaringen van je collega’s? Kijk op www.proeftuinprecisielandbouw.nl