Het ontstaan van brand

Voor brand is het volgende nodig:

  1. Brandstof. Bij een machinebrand gaat het meestal om opgehoopt stof, resten van geoogst materiaal, lekkende hydrauliekolie en olieresten.
  2. Voldoende warmte. Om een brand te laten ontstaan, moet de temperatuur hoog genoeg zijn. De temperatuur kan oplopen door:
    – versleten lagers;
    – aanlopen van draaiende delen of remmen;
    – zwaar lopende pompen en slippende V-snaren;
    – kortsluiting door beschadigde elektrische kabels;
    – warmte rondom de uitlaat;
    – vonken bij het slijpen van messen;
    – spuitende hydrauliekolie;
    – een weggegooide peuk.
  3. Zuurstof. Bij het blussen haal je de zuurstof weg. Als één van de drie niet voldoende aanwezig is, ontstaat er geen brand.

Wegnemen van plantenresten

  • Maak je machine aan het einde van de dag schoon. Zorg dat er geen oogstmateriaal op je machine aanwezig is als je begint. Controleer de radiator, de remtrommels, de uitlaat, de motorruimte, het turbohuis en de bovenkant van het motorblok.
  • Blaas bij droog en warm weer ook tijdens het werk de plantenresten weg. Adem het stof niet in.

Voorkom dat de temperatuur te hoog wordt

  • Controleer het olie-en koelvloeistofpeil, de lagers, de snaren en de remmen. Zorg dat de draaiende delen ‘gesmeerd’ lopen. Controleer de hydrauliekslangen.
  • Slijp de schoongemaakte messen in de ochtend. Bij het slijpen komen vonken vrij en die kunnen brand veroorzaken. Las en slijp alleen aan een schone machine.
  • Vertrouw op jezelf! Lijkt iets niet in orde, zet dan de machine stil en schakel het massaslot uit.
  • Schakel aan het einde van de dag het massaslot uit.
  • Onderhoud de machine volgens de gebruiksaanwijzing.
  • Controleer de plaatsen waar brand kan ontstaan. Zie punt 2, ‘Voldoende warmte’.

Wanneer de machine brandt

  • Denk eerst aan je eigen veiligheid!
  • Als het kan, zet je de machine stil op een veilige plek. Rijd niet in de sloot.
  • Zet de motor alleen uit als deze geen koeling nodig heeft. Stap uit. Zet eventueel het massaslot uit.
  • Bel 112 als je de brand niet zelf kunt blussen. Geef door waar de brandweer rekening mee moet houden. Maak de aanrijdroute voor de hulpdiensten vrij en blijf uit de rook, op veilige afstand.
  • Houd omstanders op weg.

Zelf blussen

Blus alleen als het zinvol en veilig is.

  • Accu’s van elektrische machines kun je niet zelf blussen, bel altijd 112.
  • Houd afstand om effectief te kunnen blussen.
  • Richt de slang op de onderkant van de brand en blus in korte stoten. Keer een poederblusser af en toe om, om klontering te voorkomen.
  • Spuit de blusser niet helemaal leeg, houd wat reserve voor als de brand weer oplaait.

Bekijk de toolbox hier.

Bron: Cumela