Ergens lag het lange tijd onbestemd in een stoffig hoekje van de werkplaats of op zolder. Onbestemd voor wie ermee aan de slag zou moeten gaan, wat het precies inhield en hoe diegene het zou gaan doen, maar het idee was er dat iemand ooit het bedrijf ging overnemen. Remco Freriks draait nog eens rond op zijn bureaustoel achter de computer. Hij wijst naar zichzelf. “Ik dus”, zegt hij. Remco Freriks is 41 jaar, maar of hij in een bedrijfsovernameproces zit, weet hij niet. Over hoe zoiets dan zou moeten lopen, heeft hij nooit nagedacht, ook nu niet. “Ik sta er nooit bij stil”, zegt hij daarover. “Ik zie wel wat er op mijn pad komt.”

Na een faillissement zetten zijn vader, moeder en oom in 1995 het bedrijf voort. Ze richtten zich op het agrarisch loonwerk. Zeker in deze omgeving, in de buurt van Doetinchem, zaten veel melkveebedrijven waar de loonwerker zeer welkom was. Remco was toen zeventien. Na de loonwerkopleiding koos hij ervoor om ergens anders te gaan werken. Hij kwam terecht bij een akkerbouwer. “Mijn ouders stonden daar volledig achter. Ze hebben altijd gezegd: ‘Ga doen wat je zelf wilt. Als je thuis wilt komen werken, ga dan eerst maar eens ergens anders kijken.’ Ik hoefde echt niet thuis het bedrijf over te nemen, ik wist ook helemaal niet of ik dat wilde”, aldus Remco. Wat hij wel wist, was dat hij loonwerker wilde worden. Hij vindt het mooi: de omgang met de klanten, de machines en het materiaal. “Ik ben geboren als loonwerker.”

Thuis aan het werk

In 2008 moment vroegen zijn ouders of hij thuis wilde komen werken. “Als er iets op mijn pad komt en ik heb er een goed gevoel bij, dan doe ik dat”, vertelt Remco. Zo rolde hij er thuis in. Als medewerker op de loonlijst ging hij aan de slag, in het agrarisch loonwerk, in het mesttransport, bespuitingen; hij deed van alles. Hoe hij uiteindelijk in de maatschap is gekomen? Daar heeft hij niet bewust voor gekozen. Ook hier is hij ingerold. Hij had er een goed gevoel bij. “Ik had op een gegeven moment heel veel overuren en die heb ik ingezet als inleg. Ik ben daarna gewoon hetzelfde blijven doen.”

Hij heeft nooit bewust stilgestaan bij het bedrijfsovernameproces. “Ik had niet van de ene op de andere dag andere taken. Ik ging gewoon verder met waar ik mee bezig was. Ook nu heb ik niet het gevoel dat ik iets aan het overnemen ben.”

Stroomversnelling

Zijn vader overleed plotseling in 2017. “Het was toen even heel stil”, vertelt Remco. “Je denkt: gaan we verder? Stoppen we ermee? Dat laatste kon ook, maar samen met mijn moeder en oom gingen we door. Ik heb mijn vaders taken overgenomen. Hij zat op kantoor en deed de planning. Ik was daar al naar toe aan het werken en dat is in een stroomversnelling gekomen door zijn plotselinge overlijden”, zegt Remco. Even is hij stil. “Je moet daar je weg in vinden, je moet door. Misschien had ik toen dingen anders kunnen doen, maar je doet wat je kunt. De jongens hebben ook geholpen. Soms vroegen ze: ‘Heb je dat wel goed?’ Of: ‘Zou je dat niet anders doen?’ Zij hielden – en houden – mij een spiegel voor. Dat is goed.”

Nog steeds werkt zijn moeder Ina fulltime op kantoor. Zijn oom Rudi zit veel in het veld en houdt zich bezig met de mechanisatietak en de verkoop van machines. “We zitten meestal op één lijn”, zegt Remco. “Soms zegt mijn moeder: ‘Moeten we dat wel doen? Is dat niet te duur?’ Maar als ik kan uitleggen waarom ik in iets wil investeren, accepteert ze het meestal wel. Mijn oom spreek ik dagelijks. Soms hebben we even tijd nodig om ergens over na te denken, want niet met alles zitten we meteen op één lijn. Ieder heeft ook zijn eigen ideeën. Het is een kwestie van de voor- en nadelen tegen elkaar afwegen. Meestal komen we wel weer op één plek terecht, met de neuzen dezelfde kant op. Het is ook een gevoel dat je hebt. Loonwerkers zijn niet van die praters.”

Samenwerking

Zelf heeft hij ook ideeën. “De markt verschuift en daar moet je in mee. Het aantal klanten neemt af. Steeds meer boerenbedrijven veranderen hier in woonboerderijen. De grond blijft beschikbaar, maar als de een stopt, mag je dan bij de volgende het werk nog wel komen doen? Daarbij neemt het aantal loonwerkers hier in de buurt nog niet af, dus de concurrentie blijft vooralsnog groot. Je hebt alleen toch een bepaalde groei nodig, wil je ergens komen.”

Remco wil meer inzetten op samenwerking of desnoods overnames. “Daar ben ik niet bang voor”, zegt hij. “We zitten nu eenmaal in een sector waar al het werk in een redelijk korte tijd moet gebeuren. Dat vraagt het uiterste van mens en machine. Die capaciteit houdt een keer op. Machines zijn zo duur dat overcapaciteit niet realistisch is. Ook mankracht is een dingetje”, stelt hij vast. Momenteel heeft hij een team bij een andere loonwerker aan het werk. “We wisselen personeel en machines uit. Zo houd je je mensen aan het werk en draaien de machines meer uren. Dat werkt een stuk efficiënter en is dus rendabeler.”

Hij geeft het bedrijf steeds meer vorm. Zijn moeder, nu 63, wil het iets rustiger aan gaan doen. Zijn oom is 56 en werkt nog volop mee. De dochter van zijn oom werkt ook op kantoor. De zoon van zijn oom werkt nu bij een andere loonwerker, maar helpt soms mee op het familiebedrijf. “Het kan nog zoveel kanten op. Ik ben eigenlijk helemaal niet bezig met een bedrijfsovername. We leven in een rare wereld. Denk alleen maar aan de wet- en regelgeving. Als de veestapel echt met de helft gaat krimpen, heeft dat grote gevolgen voor ons. Ik kijk wel wat er op mijn pad komt. Er kunnen nog zoveel dingen tussenbeide komen. Kijk, als mijn ouders in 2008 niet aan mij hadden gevraagd of ik thuis kwam werken, had ik nu misschien nog steeds bij die akkerbouwer gewerkt. Ik heb zelf nooit gezegd: ik wil die kant op. Het is gewoon zo gelopen.

Bron: Cumela